Het topje van de ijsberg

Door: René Wormhoudt, Geert Savelsbergh en Jorick Hendriksen

 

De motorische ontwikkeling van kinderen tussen de 6 en 12 jaar kan je monitoren met de wetenschappelijk valide en betrouwbare MQ Scan. Een beweegbaan ontstaan vanuit de visie van het Athletic Skills Model. Het brengt op een een leuke en snelle manier de motorische vaardigheid (MQ) in kaart. Hoe sneller je de MQ Scan aflegt, hoe beter je score. Maar beweeg je beter als je een snellere tijd hebt? Een antwoord vinden we in onderzoek van Annelies Brocken (VU Amsterdam). Hieruit blijkt dat de beoordelingen van de kwaliteit van bewegen van een aantal vaardigheden door vakleerkrachten aan de hand van een leerlingvolgsysteem, overeenkomen met de snelheid waarmee een kind de MQ Scan aflegt. Dat wil dus zeggen dat iemand die sneller de MQ Scan aflegt ook kwalitatief beter beweegt. Hoe zit dat?

 

De visie van het Athletic Skills Model (ASM)
1000 keer een stap maken tijdens het lopen of rennen is 1000 maal een andere uitvoering. Voor de MQ Scan geldt hetzelfde: 1000 keer over de MQ Scan gaan levert 1000 maal andere beweegpatronen en uitvoeringen op. Het resultaat is wel vergelijkbaar, maar de uitvoering is telkens anders. In plaats van het streven naar een ideale eindvorm van één kwalitatieve uitvoering, is het veel interessanter om het oplossend vermogen binnen de gegeven variatie te ontwikkelen. De snelheid waarmee vaardigheden efficiënt aan elkaar gekoppeld worden is daarmee ook belangrijk voor de kwaliteit van bewegen. Deze complexe coördinatieve aansturing verdeeld ASM in zeven, overlappende, coördinatieve vermogens: de Coordinative Abilities (zie afbeelding 1).

 


 

Kwalitatief goed bewegen is ook wel zichtbaar aan de buitenkant, maar dit is alleen het topje van de ijsberg

 


 

De kwaliteit van bewegen zit opgesloten in de snelheid waarmee een kind de MQ Scan aflegt. Een vaardigheid in één specifieke eindvorm ontwikkelen betekent niet dat je dan ook absoluut motorisch vaardiger bent en dus ook sneller de MQ Scan aflegt. Je wordt sneller als je op een efficiënte wijze je coördinatieve vermogens kan toepassen, ofwel de aanpassing binnen de complexe variaties. De aansturing verbeteren is dus niet alleen te vatten in losse skills of uitingen van bewegingsvaardigheden. De oplossing zit met name in het ontwikkelen van een sterk aanpassingsvermogen. Dit wordt volgens ASM ontwikkeld door een veelzijdige inbreng van de tien Basic Movement Skills die allen impliciet, een uitgebreid beroep doen op alle zeven boven genoemde coördinatieve vermogens. Als gevolg daarvan zal het kind beter leren bewegen en ook sneller over de MQ Scan gaan.

 

Kwalitatief goed bewegen is ook wel zichtbaar aan de buitenkant tijdens de uitvoering, maar dit is alleen het topje van de ijsberg. Belangrijk deel van de kwaliteit bevindt zich onder water en is verbonden met de al eerder genoemde complexe kwaliteit van de aansturing (zie afbeelding 2).


Afbeelding 1. De zeven Coordinative Abilities van ASM die zorgen voor de complexe aansturing in bewegen.

 

Neem als voorbeeld een koprol. Bij uitstek een vaardigheid waar vaak aandacht aan besteed wordt in beweegprogramma’s voor jonge kinderen en ook aanwezig is in de MQ Scan. De zichtbare uitvoering uit zich in het maken van een rechte, voorwaartse rol. Als een kind moeite heeft met de koprol, zou je kunnen stellen dat je in de methodiek op zoek gaat naar oefenstof die aansluit op het niveau voor de koprol, en vervolgens de koprol gaat oefenen om die te verbeteren. Terug vanuit de complexe aansturing en oplossingen gedacht, draaien beweegprogramma’s om o.a. ruimtelijk oriëntatievermogen, ritmisch vermogen of evenwichtsvermogen die ontwikkeld worden door juist op een gevarieerde wijze te rollen, duikelen en te draaien om alle lichaamsassen, in alle richtingen en in gevarieerde omgevingen. De aangeboden oefenstof kan dan bestaan uit elementen als achteruit- diagonaal- en zijwaarts rollen, radslagen maken, rekstok duikelen, judo rollen, free running, turnvormen, zwemmen en meer. Allen hebben een relatie met de koprol vanuit de aansturing in ruimtelijk oriëntatievermogen en op deze wijze krijgt het koppelingsvermogen een kwaliteitsimpuls. Door een gestructureerd, gevarieerd beweegaanbod ontstaat er een duurzame ontwikkeling van deze complexe aansturing met meer mogelijkheden en variatie binnen de beweegprogramma’s. Dit levert naast meer kwaliteit in bewegen ook veel meer plezier op in bewegen!

 


 

Gerichte beweegprogramma’s leer je maken in de ASM-instructeursopleidingen.

 


 


Afbeelding 2. Het topje van de ijsberg waar de zichtbare bewegingsvaardigheid tot uiting komt, maar waar de complexe aansturing onder water plaats vindt om tot een kwalitatieve en efficiënte uitvoering te komen.

 

Wil je meer weten over de wetenschappelijk onderbouwde MQ Scan, kijk dan op www.MQScan.nl. Hier kan je alle informatie en contactgegevens vinden over de organisatie, uitvoering en werking van de MQ Scan.

 

Auteurs: René Wormhoudt, Geert Savelsbergh en Jorick Hendriksen
Datum: 2018-06

Share on Facebook
Tweet
Follow by Email
Share on LinkedIn
Share on Google+

Categorie: MQ Scan Opleiding || ||