Athletic Skills Model toegepast in de jeugdopleiding van een hockeyclub door Jaïr Levie

Door: Jaïr Levie

 

Dit artikel gaat over een nog niet bestaande term, ‘presteiden’: een combinatie van ‘presteren’ en ‘opleiden’. Wat mij betreft de grootste uitdaging voor een jeugdopleiding.

 

Ik las laatst op een website van een vereniging dat ‘De jarenlange investering in de jeugdopleiding nu eindelijk zijn vruchten aan het afwerpen is, omdat veel jeugdteams daar nu het hoogst haalbare niveau hebben gehaald’. Maar is dat nu echt het criterium voor een succesvolle jeugdopleiding? Hoe zit het dan met een vereniging die zijn jeugdopleiding heel goed heeft ingericht, maar waar niet op het hoogste niveau gespeeld wordt?

Aan de ene kant zeggen we allemaal heel graag jeugd te willen opleiden (‘jeugdopleiding’), terwijl aan de andere kant elke club graag zo hoog mogelijk wil spelen met de jeugd. Hoog spelen creëert aanzien, heeft een grotere aantrekkingskracht op de omgeving en trekt extra sponsoren aan waardoor je de vereniging weer verder kunt ontwikkelen. Wat mij betreft allemaal misvattingen waar ik in dit artikel verder op in ga.

 

Jochem Meijer (cabaretier) had het in één van zijn eerste voorstellingen over “Combineer dat nou”. Dat vind ik hier ook zeker van toepassing. Presteren en opleiden kunnen absoluut hand in hand gaan. Sterker nog, waarschijnlijk leidt een goede opleiding tot betere prestaties! Echter, in de huidige maatschappij wordt presteren mijns inziens verkeerd geïnterpreteerd. Bij opleiden ligt namelijk de focus op de speler, terwijl we bij presteren te veel bezig zijn met de focus op het team (Spelerparadigma vs Teamparadigma: Ruben Jongkind – Catenaccio).

Een voorbeeld om dit wat duidelijker te maken.
Stel jij bent trainer van een team. Je traint ze 3x in de week en je ziet dat een spits elke keer de bal verliest wanneer hij de cirkel van de tegenstander probeert te halen. Als je deze actie met hem (en 1 of 2 anderen) wilt trainen en verbeteren kost dat veel tijd. Tijd die je eigenlijk niet hebt, omdat je nog de nodige overtalsituaties, omschakelmomenten en strafcorners moet trainen voor de wedstrijd van dit weekend. Je hebt namelijk de tegenstander goed geanalyseerd en weet precies hoe je je team moet klaarstomen hiervoor.

Het resultaat is dat het team op zaterdag goed voorbereid is, waardoor de kans op winst groter is geworden. Het resultaat is echter ook dat die ene spits deze week nog steeds niet geleerd heeft hoe hij met een actie de cirkel van de tegenstander kan halen. Dat zal hij zaterdag zeer waarschijnlijk ook niet gaan doen omdat hij daar geen vertrouwen in heeft. Het gevolg hiervan is dat het individu zich gaat aanpassen aan het team omdat het winnen van de wedstrijd belangrijk is. Het team is hier belangrijker dan het individu. Herken je dit op jouw club of bij de trainer/coach van jouw kind(eren)? Trek dan aan de bel!

 

De hamvraag die je dan als club en als trainer/coach moet stellen is:
1. Leiden wij teams op om op een zo hoog mogelijk niveau te spelen?
2. Leiden wij een individuele speler op om een betere hockeyer te worden?

 

Als je als club ervoor kiest om de spelerfocus te volgen, dan zul je vanzelf zien dat een belangrijke wedstrijd verliezen of een seizoen eens op een lager niveau spelen geen negatieve invloed heeft op je jeugdopleiding. Sterker nog, op een lager niveau spelen geeft de spelers de kans om hun sterke punten vaker toe te passen en zo een hogere succesbeleving te ervaren.

Begrijp me niet verkeerd. In een Heren 1 of Dames 1 team gaat het, net als in de topsport, gewoon om winnen. Daar worden spelers en coaches op beoordeeld. En daarom moeten we de jeugd (A- & B-leeftijd) al voorbereiden op vraagstukken als ‘Hoe ga je om met wedstrijddruk?’, of ‘Hoe belangrijk is deze wedstrijd?’ en ‘Hoe ga je om met nederlagen?’ Maar begin hier niet te vroeg mee, want dat zorgt alleen maar voor prestatiedruk bij kinderen. Dan leren we ze aan om plezier alleen maar uit winnen te halen, waardoor ze dus ook steeds vaker teleurgesteld zijn bij verliezen!

 

1 Hoe gaan presteren & opleiden hand in hand?
Dit is geen ‘rocket science’. Het kost alleen meer tijd! Het belangrijkste is dat je moet gaan meten aan de hand van leerdoelen in plaats van prestatiedoelen. Dan zijn fouten namelijk leermomenten. Voor wie zich alleen maar prestatiedoelen stelt, is elke fout een teken van ‘het gaat niet goed’.

Aan leerdoelen kan je goed een ontwikkelingsplan koppelen. Alleen maak je zo’n plan niet op het niveau van een team, maar op het niveau van een individu. Dit kost natuurlijk veel meer tijd, maar draagt uiteindelijk veel bij aan het verbeteren van jouw spelers.

 


 

Je behaalt winst door te leren in plaats van dat je leert door te winnen

 


 

Als je met al jouw individuele spelers een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) hebt gemaakt, gaan presteren en opleiden volledig hand in hand. Je behaalt winst door te leren in plaats van dat je leert door te winnen. Ik weet dat winnen in de topsport wel echt het enige is dat telt, maar ik weet ook dat in de jeugd het vooral de ouders zijn die willen winnen. Uit recent onderzoek is bijvoorbeeld gebleken dat sporters tot en met 12 jaar vooral belang hechten aan de ‘rechtvaardigheid’ van de wedstrijden dan aan het winnen ervan!

Leestip: ‘How to destroy your child’s athletic future in 3 easy steps’. Hierin wordt beschreven hoe vaak ouders, weliswaar met de beste bedoelingen, de ontwikkeling van hun kind eigenlijk alleen maar tegenwerken en afremmen.

 

2 Van goede beweger naar goede hockeyer!
Dit hoort ook bij opleiden! Het maken van goede bewegers in plaats van zo snel mogelijk een goede hockeyer maken van elk nieuw jongste jeugd lid. Kinderen van basisschoolleeftijd zijn tegenwoordig motorisch veel minder vaardig dan kinderen 30 jaar geleden op die leeftijd. Ze zijn nu meer aan het gamen, spelen minder buiten en krijgen minder gymles op de basisschool. Hoe vaak zien we nog kinderen in een boom klimmen?

Met deze informatie (en vanuit mijn functie als Technisch Directeur) ben ik aan de slag gegaan met het implementeren van het Athletic Skills Model binnen de jeugdopleiding van Alecto. Dit model gaat uit van 10 basismotorische vaardigheden die kinderen een betere beweger, en later ook een betere sporter, maakt. Een groot voordeel van dit model is dat het menselijk lichaam veelzijdig in plaats van éénzijdig getraind wordt en het plezier in de sport langer vastgehouden wordt. Hierdoor ontstaan minder blessures en minder drop-outs (sportverlaters), en uiteindelijk ook een bredere top.

 

Leestip: Wil je meer lezen over het ASM? Lees dan het boek ‘Athletic Skills Model. Voor een optimale talentontwikkeling’, geschreven door René Wormhoudt, Jan Willem Teunissen & Geert Savelsbergh (tevens in het Engels beschikbaar). Hierin wordt duidelijk beschreven hoe het model zowel wetenschappelijk als praktisch onderbouwd is.

 

De voornaamste bouwstenen van het ASM zijn aanpassingsvermogen en creativiteit. In alles wat er volgens dit model getraind wordt, komen deze twee kenmerken terug.

 


 

“Ik geloof in een brede motorische ontwikkeling met veel verschillende spelvormen en sporten, zoals ik zelf in Argentinië ook heb meegemaakt” – Max Caldas

 


 

Aanpassingsvermogen
Aanpassingsvermogen is nodig om te kunnen anticiperen op verschillende situaties in het spel. Geen enkele tegenstander, spelsituatie of techniekkeuze is hetzelfde. In het leger wordt dezelfde drill 200x herhaald voordat je er vaardig genoeg in bent en het met je team kan uitvoeren. Bijvoorbeeld bij het infiltreren in een huis waar mogelijk gewapende vijanden zitten. Zo is het in de sport ook. Als je in het hockey 40x de press aanloopt, is de situatie 40x net even anders. En als je 100x de cirkel binnenloopt in een overtalsituatie is deze 100x net even anders. Trainen volgens het ASM zorgt ervoor dat je uiteindelijk beter leert anticiperen op veranderende situaties in jouw sport.

Vijf tips om het aanpassingsvermogen te stimuleren binnen je reguliere trainingen
1. Andere veldafmetingen waardoor je andere looplijnen moet lopen (bijvoorbeeld een zeshoek).
2. Zet het goal eens ergens anders (in plaats van in het centrum).
3. Wisselende teams in een partijvorm waardoor je steeds bij iemand anders bent.
4. Ander materiaal (een tip is de Adaptaball en/of de REV3RSE stick).
5. Kies eens voor een donorsport die de spelers uit hun comfort zone brengt (bijvoorbeeld streethockey, tennis, handbal of honkbal).

 


 

In het leger wordt dezelfde drill 200x herhaald voordat je er vaardig genoeg in bent en het met je team kan uitvoeren.

 


 

Creativiteit
Sporters hebben creativiteit nodig. Zoals ik hierboven reeds beschreef is elke situatie net even iets anders, waardoor ‘drillen’ niet het juiste effect heeft op je procesdoelen in het veld. Simpelweg omdat de drill niet in een situatie getraind kan worden die identiek is aan die op het veld. Vervelend publiek, andere scheidsrechters, hoge wedstrijddruk of een negatieve stand in de wedstrijd kunnen ervoor zorgen dat de getrainde drills opeens niet meer toegepast kunnen worden door de spelers. Op dit soort momenten wil je spelers hebben die creatief zijn om zo de wedstrijd positief te kunnen beïnvloeden. Deze creativiteit is onwijs goed trainbaar, alleen moeten je trainingen hier wel op ingericht zijn.

 

Vijf tips om creativiteit te stimuleren binnen je reguliere trainingen
1. Laat de spelers zelf de spelregels verzinnen bij een partijvorm (bijvoorbeeld: 3x raken).
2. Geef individuele spelers aparte opdrachten mee (bijvoorbeeld: je moet eerst een 1v1 duel spelen).
3. Biedt ze de optie om zelf een oefening te kiezen.
4. Leg divers materiaal neer en laat ze een kwartier spelen als warming-up.
5. ……….. (vul zelf in).

 


 

Sporters hebben creativiteit nodig. Ook dat is trainbaar!

 


 

3 Hoe implementeer je het ASM op een vereniging?
Toen ik bij Alecto begon, kreeg ik een opdracht mee om het gat tussen de breedte en de top te verkleinen (trouwens, als je clubs dit hoort zeggen dan bedoelen ze vaak dat ze de top willen verbreden, maar dat even terzijde). Een makkelijke rekensom wijst uit dat de topteams bij Alecto 1.300 uur hockeytraining krijgen wanneer je alle topteams doorloopt van de D t/m A. Aan de andere kant blijven de spelers uit breedteteams steken op 540 uur hockeytraining. Dit gaat dan vaak ook nog eens gepaard met mindere faciliteiten als een goed trainingsveld en een gekwalificeerde trainer.

Al deze uren zijn hockey-uren…..behoorlijk éénzijdig dus! Het is daarom niet zo gek dat spelers er rond hun 16e levensjaar wel een beetje klaar mee zijn. De funfactor van het spelletje daalt daardoor enorm.

En dat is dodelijk voor een hockeyvereniging: kinderen die het spelletje niet meer leuk vinden en dus stoppen met hockey of überhaupt stoppen met sporten. Op dit moment is dat mijn grootste doel binnen Alecto. Een jeugdopleiding neerzetten waarin kinderen veelzijdig leren bewegen op een leuke manier, waardoor ze uiteindelijk een goede hockeyer worden en het spelletje een leven lang nog leuk blijven vinden. Daarom hebben we voor het ASM gekozen op Alecto.

In de voorlaatste zin, zitten 4 belangrijke facetten die het ASM faciliteert:
1. Veelzijdig leren bewegen
2. Op een leuke manier
3. Goede hockeyer worden
4. Een leven lang lol in de sport

 

Om ASM te implementeren ben ik begonnen bij de Jongste Jeugd, want als je die lijn goed structureert, dan bouw je aan een opleiding voor de langere termijn. Tijdens de implementatie liep ik tegen de volgende uitdagingen aan:
a. Voor wie gaan we het implementeren?
b. Welke motorische vaardigheden gaan we allemaal behandelen?
c. Hoe ziet een losse training eruit?
d. Wie gaan de trainingen geven?

 

Ad a. Voor wie gaan we het implementeren?
We hebben er op Alecto voor gekozen om het ASM via een groeimodel aan te bieden binnen de jeugdopleiding. Dit zorgt ervoor dat de leden er langzaam aan kunnen wennen en het de organisatie ook wat meer tijd geeft om het echt goed te implementeren. We kunnen hierdoor ook makkelijker evalueren en wijzigingen doorvoeren.

Dit jaar zijn we gestart met het implementeren van het ASM bij onze E-tjes. Vanaf volgend seizoen komt daar de D-lijn bij, het jaar erna de C-lijn, et cetera (figuur 1). De huidige E-lijn zal dus over acht jaar een volledige ASM-hockeyopleiding hebben gevolgd op Alecto.

Figuur 1: Implementatie van ASM via een groeimodel

 

Ad b. Welke motorische vaardigheden behandelen we allemaal?
De laatste maanden heb ik veel mensen gesproken die volgens hen ook ASM aan het implementeren zijn omdat ze ook ‘andere sporten’ aanbieden op hun club. Maar dat is geen ASM! Dat is de multisport benadering – wat in mijn ogen overigens ook zeer positief is – maar de ASM benadering is wel even anders. Je kijkt bij de ASM benadering namelijk niet naar welke sporten je allemaal gaat aanbieden, maar naar welke motorische vaardigheden je met de spelers wilt trainen. Je wilt namelijk betere bewegers en betere hockeyers van ze maken, in plaats van dat ze meer sporten leren spelen. Focus dus op de 10 Basic Movement Skills BMS (zie figuur 2 – Skills Garden).

Figuur 2: Skills Garden (niet de officiële 10 Basic Movement Skills)

 


 

De laatste maanden heb ik veel mensen gesproken die volgens hen ook ASM aan het implementeren zijn omdat ze ook ‘andere sporten’ aanbieden op hun club. Maar dat is geen ASM!

 


 

Bij het kiezen van deze Basic Movement Skills hebben we allereerst een verdeling gemaakt in welke BMS een raakvlak heeft met hockey (sportgerelateerde BMS) en welke niet (sportondersteunende BMS). Zo heeft klimmen en klauteren geen directe relatie met vaardigheden die je voor het hockey nodig hebt en is dus sportondersteunend. Terwijl bijvoorbeeld balanceren en gooien/werpen een directe relatie hebben met het hockey, en dus sportgerelateerd zijn. Vanuit deze optiek hebben we een jaarschema (figuur 3) gemaakt, waarbij in elk blok twee Basic Movement Skills behandeld worden. De verhouding sportondersteunende en sportgerelateerde BMS is hierbij 25/75.

Figuur 3: Jaarplan ASM op Alecto 2017-2018

 

Ad c. Hoe ziet een losse training eruit?
Dit is de echte praktijk! En behoorlijk lastig moet ik zeggen. Als je hockeyoefeningen van me wilt hebben kan ik er honderden voor je bedenken, maar als je opeens leuke en leerzame oefeningen moet bedenken om kinderen betere bewegers te maken, dan kost dat tijd en creativiteit! Bedenk maar eens een oefening op het veld waarbij je het springen en landen traint. Kies je daar een specifieke sport voor (bijvoorbeeld de lay-up bij het basketbal of een sprongschot bij het handbal)? Of kies je voor losse oefeningen in een bewegingsbaan? En hoe maak je dan weer de transfer naar het hockey?

Ik ben erachter gekomen dat er twee manieren zijn om het ASM te implementeren in een training: de integrale trainingsopbouw en de modulaire trainingsopbouw.

Integrale trainingsopbouw
Bij de integrale trainingsopbouw wordt het complete ASM continuüm geïntegreerd in één training. Het ASM continuüm bestaat uit de multisport, de donorsport, de technisch adaptieve training (tat) en de sportspecifieke training. Hieronder vind je een voorbeeld vanuit de sportgerelateerde BMS gooien/vangen/werpen/slaan en de sportondersteunende BMS klimmen/klauteren.
• 10 min: Multisport: spelletje om elkaar en over elkaar heen klimmen
• 15 min: Donorsport: handbal partijtje
• 25 min: Technisch adaptief: hockeytennis, tennisbal, handen andersom, R3VERSE stick (differentieel leren)
• 40 min: Sportspecifiek: technische of tactische hockeytraining

Al deze onderdelen kun je via de integrale trainingsopbouw in één training behandelen. De duur van de onderdelen wordt gevarieerd per lijn, omdat je uiteindelijk kinderen van goede bewegers ook goede hockeyers wilt maken. Naarmate de kinderen ouder worden, neemt het technisch adaptieve en sportspecifieke deel dus steeds meer toe (figuur 4).

Figuur 4: Opbouw technisch adaptieve en sportspecifieke training op Alecto van de D- t/m A-lijn in 2021 – Jaïr Levie

 

Hieronder zie je hoe een integrale trainingsopbouw eruit kan zien (figuur 5).

Figuur 5: Integrale trainingsopbouw van een ASM training – Jaïr Levie

 


 

Als je opeens leuke en leerzame oefeningen moet bedenken om kinderen betere bewegers te maken, dan kost dat tijd en creativiteit.

 


 

Modulaire trainingsopbouw
Je kan er ook voor kiezen om ASM modulair aan te bieden. Een modulaire trainingsopbouw maakt het allemaal wat overzichtelijker. Je houdt het gescheiden van de doelsport en dat komt voor de leden van een vereniging transparanter over. Waak er wel voor dat je niet te makkelijk naar een multisport benadering gaat in plaats van de ASM benadering.

In een modulaire trainingsopbouw, richt je bijvoorbeeld één training in de week in om het ASM te behandelen. De eerste twee trainingen worden dan compleet technisch adaptief en sportspecifiek ingericht, en de derde is om de basic movement skills te trainen via multi- en donorsporten. Hieronder zie je hoe een trainingsweek voor een MC1 er dan uit zou kunnen zien (figuur 6).

Figuur 6: Modulaire opbouw van een ASM trainingsweek – Jaïr Levie

 

Ad d. Wie geven de trainingen?
Bij de integrale trainingsopbouw is dit weer net even anders dan bij de modulaire trainingsopbouw. Als je het ASM namelijk integreert in één training, komt het erop neer dat de hockeytrainer ook het multisport- en donorsport-gedeelte traint. De trainer moet dus meer handvatten krijgen om dit te kunnen uitvoeren. Want naast het goed laten verlopen van de oefeningen, moet de trainer variaties kunnen aanbieden en aanwijzingen kunnen geven waardoor de kinderen ook echt beter leren bewegen. Trainers met een ALO-, CIOS- of andere sportopleiding zijn hier erg geschikt voor.

Daarnaast biedt ASM nu ook een instructeursopleiding specifiek voor hockeytrainers en coaches aan, waarbij je wordt opgeleid om het model toe te kunnen passen in je trainingen. Deze cursus start in september 2018 op Hockeyclub Cartouche in Leidschendam. Op Alecto hebben we het plan om jaarlijks trainers te sturen naar deze ASM-opleiding, waardoor we de kennis en kunde omtrent ASM waarborgen op de vereniging.

Als je voor een modulaire trainingsopbouw kiest, kan je het zo organiseren dat dezelfde persoon steeds de ASM-training geeft of dat er een samenwerking wordt aangegaan met sportverenigingen die dan ook een gasttrainer leveren. Zo zijn we bij Alecto in het laatste blok naar een judo-vereniging gegaan, waar de kinderen les kregen van een judotrainer en gaan we in de komende blokken naar een free running school en een dansschool.

 


 

Want naast het goed laten verlopen van de oefeningen, moet de trainer variaties kunnen aanbieden en aanwijzingen kunnen geven waardoor de kinderen ook echt beter leren bewegen.

 


 

4 Waar verandering is, is weerstand!
Het implementeren van ASM binnen jouw vereniging levert ook weerstand op. Zorg ervoor dat je je hierdoor niet uit het veld laat slaan! Daarom heb ik hieronder een aantal reacties beschreven dat je vroeg of laat zult gaan horen. En ook hoe ik daarop heb gereageerd!

 

OUDER: “Ik heb mijn kind op hockey gezet! Waarom zie ik hem nu dan opeens handballen?”
IK: “Hockey blijft nog steeds het uitgangspunt binnen onze jeugdopleiding, alleen zijn wij van mening dat kinderen het beste leren hockeyen als ze beter leren bewegen. Dit doen ze mede door ook andere motorische skills te trainen dan alleen maar hockeyspecifieke vaardigheden.”

TRAINER: “Ik merk dat de kinderen het ASM helemaal niet leuk vinden. Mag ik gewoon weer alleen met hockey bezig zijn met ze, want dat willen ze graag?”
IK: “Goed dat je dit signaleert! Alleen blijven we wel bij onze visie op de jeugdopleiding, wat betekent dat jij ook het ASM moet blijven integreren in je trainingsopbouw. Ik wil jou uitdagen om je trainingen zo aan te passen dat de kinderen het leuk gaan vinden. Als je hier hulp bij nodig hebt, kan ik altijd een keer langskomen om je hierbij te helpen!”

OUDER: “Door de ASM trainingen blijft er te weinig tijd over voor mijn kind om echt goed te leren hockeyen!”
IK: “Wij hebben ook het doel om uw kind beter te leren hockeyen, alleen focussen we ons binnen de opleiding heel erg op de lange termijn. Wij zijn van mening dat we de kinderen ook moeten opleiden tot een goede beweger, waardoor ze meer kans hebben om een betere hockeyer te worden. Op de langere termijn zal uw kind hier zeker de vruchten van plukken!

TRAINER: “De voorcompetitie staat voor de deur. Ze moeten nu echt met hockey bezig zijn!”
IK: “Wij leiden individuen op in plaats van teams. Dit betekent onder andere dat opleiden belangrijker is dan winnen! Zaterdag is belangrijk voor de ontwikkeling van tactische, technische en sociaal-emotionele vaardigheden, maar is niet belangrijk vanwege het belang van winnen of verliezen. We focussen ons daarom op het beter maken van het individu, qua motorische vaardigheden en als hockeyer, en niet op het winnen van een wedstrijd op zaterdag”

OUDER: “Als hij een andere sport wilt doen, had ik m’n kind wel op een andere sport gezet!”
IK: “Wij hebben niet als doel om uw kind zoveel mogelijk andere sporten te laten doen. Ons doel is om van uw kind een betere hockeyer te maken op de lange termijn. Om dit te realiseren is onze visie dat uw kind een toolbox aan motorische skills moet hebben om uiteindelijk een completere hockeyer te worden. Deze toolbox bieden wij aan in onze trainingen”

BESTUURSLID: “We moeten wel echt voorzichtig hiermee zijn. Hoe krijgen we de ouders hierin mee?”
IK: “Als jullie draagvlak bieden en dus achter het ASM staan, dan is de eerste grote stap gemaakt. Dit maakt jullie tegelijkertijd ambassadeurs van de vernieuwde jeugdopleiding, wat we breed moeten communiceren bij de betrokkenen. Praat er enthousiast over, stuur moeilijke vragen door naar mij en we maken er samen een succes van! Wellicht is er zelfs een sponsor die het gaaf vindt om zijn merk te associëren met de kernwaardes van dit model – aanpassingsvermogen, creativiteit en plezier!”

 

5 Checklist voor clubs
Om het voor clubs iets makkelijker te maken, heb ik een checklist gemaakt waar je allemaal aan moet denken als je ASM ook op jouw club wilt implementeren. Als je alle vragen met een ‘ja’ kan beantwoorden, is jouw club er klaar voor!
1. Weet je waarom je ASM wilt implementeren?
2. Heb je voldoende mensen om je heen die het ook willen?
3. Is duidelijk voor wie je het wilt aanbieden?
4. Weet je in welke vorm & frequentie je het wilt aanbieden?
5. Heb je genoeg trainers die dit kunnen geven?
6. Zijn hier extra financiële middelen voor beschikbaar?
7. Heb je genoeg tijd & energie om het te implementeren?
8. Is er genoeg (veld) ruimte beschikbaar?
9. Is er een plan voor als de kartrekker(s) weg is/zijn?

 

Tot slot
Hieronder wil ik iedereen nog graag een aantal tips meegeven waar je aan moet denken als je ASM wilt implementeren. De belangrijkste vraag blijft: WAAROM WIL JE ASM?

IMPLEMENTATIE
1. Maak een ASM-projectgroep
2. Creëer draagvlak bij het bestuur
3. Presentatie aan ouders en trainers
4. Demo-dag plannen
5. Oefenstof ontwikkelen
6. Omliggende sportverenigingen betrekken
7. Evalueer en blijf doorontwikkelen

DENK AAN
1. Gefaseerd implementeren
2. Blijvend draagvlak creëren
3. Zorg voor voldoende doceerkracht
4. Een meerjarenplan maken
5. Samenwerking zoeken
6. Blijvend oefenstof ontwikkelen
7. Extra financiën voor trainers (opleiden)

Bronnen
René Wormhoudt, Geert Savelsbergh & Jan Willem Teunissen – Athletic Skills Model
Titel boek: Athletic Skills Model. Voor een optimale talentontwikkeling.

Ruben Jongkind – Catenaccio
Titel: Spelerparadigma vs Teamparadigma.
Website: https://catenaccio.nl/een-andere-kijk-op-opleiden/

Joyce Jansen – Sport en Kennis
Titel: ‘Winnen, hoe belangrijk is dit in de jeugdsport?’
Website: https://www.sportenkennis.nl/artikelen/artikel/pdf/105/winnen–hoe-belangrijk-is-dit-in-de-jeugdsport/-2016/

Daan Borrel – NRC Handelsblad
Titel: ‘Wie durft te falen komt juist verder in de maatschappij’.
Website: https://www.nrc.nl/nieuws/2015/09/30/wie-durft-te-falen-komt-juist-verder-in-de-maatsc-1541905-a68627

Matt Russ – Sportfactory
Titel: ‘How to destroy your child’s athletic future in 3 easy steps’.
Website: https://sportfactoryproshop.com/blog/how-to-destroy-your-childs-athletic-future-in-3-easy-steps/

Auteur: Jaïr Levie
Datum: 2018-05-08
Lees hier het originele artikel

Share on Facebook
Tweet
Follow by Email
Share on LinkedIn
Share on Google+

Categorie: Algemeen Geen categorie Opleiding || ||